ECLI:NL:RVS:2020:396
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening in verblijfsvergunning asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 5 maart 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 december 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 30 december 2019, maar het hogerberoepschrift werd pas daarna ontvangen. De vreemdeling heeft geen redenen aangevoerd om de overschrijding van de termijn te rechtvaardigen.
De Raad van State verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van E. Steendijk op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.