ECLI:NL:RVS:2020:406
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring
Bij besluiten van 9 januari 2020 zijn twee vreemdelingen in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 22 januari 2020 hun beroepen tegen deze besluiten ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de hoger beroepen zich niet richten tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdelingen niet hebben toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn. Hierdoor kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over de hoger beroepen, zoals bepaald in artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Daarom verklaart de Afdeling de hoger beroepen niet-ontvankelijk. Tevens wordt bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 10 februari 2020.
Uitkomst: De hoger beroepen van de vreemdelingen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan inhoudelijke onderbouwing.