ECLI:NL:RVS:2020:408
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het direct verlenen van de vergunning en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt de uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.