ECLI:NL:RVS:2020:446
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving bijgebouwen na woonboerderijsplitsing
Het geschil betreft handhavingsverzoeken tegen de overschrijding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen op een perceel dat is ontstaan door splitsing van een woonboerderij. Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden had besloten dat de overtredingen waren beëindigd en weigerde handhavend op te treden, hetgeen door appellanten werd bestreden.
De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte aannam dat de oppervlakte aan bijgebouwen op het andere perceel reeds was teruggebracht, waardoor de gezamenlijke oppervlakte niet werd overschreden. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en verklaarde de beroepen gegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de rechtbank een juiste oppervlakte hanteerde, terwijl het college stelde dat de dwangsom op het andere perceel de overschrijding zou oplossen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het college bij het besluit op bezwaar niet de vereiste beoordeling heeft gemaakt aan de hand van het sloopvoorschrift van de omgevingsvergunning en het bijbehorende document. Hierdoor ontbrak noodzakelijke kennis en een deugdelijke motivering, zodat het besluit terecht is vernietigd.
Het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het bezwaar van de tweede appellant moet worden behandeld. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen.