ECLI:NL:RVS:2020:447
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onterechte navorderingen en toeslagherzieningen
Appellant en zijn vrouw hadden een onderneming in restauratie van oude voertuigen. Na een boekenonderzoek legde de inspecteur navorderingsaanslagen op, wat leidde tot herziening van zorgtoeslagen en een toeslagenschuld. Appellant maakte bezwaar en kreeg uitstel van betaling, maar de Belastingdienst verrekende toch deels de schuld met toeslagen over 2016. Nadat bezwaar succesvol was, werden toeslagen in het voordeel van appellant herzien.
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens de onterechte navorderingen, de toeslagherzieningen en verrekening, met verwijzing naar gemaakte kosten en stress. De Belastingdienst wees dit verzoek af, stellende dat kosten van klachtprocedure en jurist niet vergoed worden en dat de herzieningen niet onrechtmatig waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat verrekening niet onrechtmatig was en dat motiveringsgebrek niet tot schadevergoeding leidde.
In hoger beroep betoogde appellant dat de Belastingdienst onjuist handelde en dat de rechtbank onvoldoende oog had voor de feiten en gevolgen. De Raad van State oordeelde dat de inspecteur een ander bestuursorgaan is en schade door hem niet aan de Belastingdienst kan worden toegerekend. De herzieningen waren op grond van de Awir rechtmatig. Verrekening is geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit, waardoor de bestuursrechter daarover niet kan oordelen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de griffierechten worden terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding en wijst het hoger beroep ongegrond.