ECLI:NL:RVS:2020:465
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is op 10 januari 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 januari 2020 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf de vreemdeling echter geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zonder nadere motivering geen inhoudelijk oordeel kon worden gegeven en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 14 februari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering.