ECLI:NL:RVS:2020:483
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 20 december 2019 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 februari 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zou worden vernietigd. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij zou worden overgedragen voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. Echter, gelet op de belangen van beide partijen en de voorlopige beoordeling, werd het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 18 februari 2020 door voorzieningenrechter E. Steendijk in aanwezigheid van griffier S. Bechinka.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.