ECLI:NL:RVS:2020:49
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling tijdens hoger beroep
De vreemdeling is bij besluit van 13 december 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 december 2019 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden overgedragen zolang het hoger beroep nog niet was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat in de bewaringsprocedure alleen wordt getoetst of de vreemdeling zijn vrijheid mocht worden ontnomen. Zelfs als in hoger beroep wordt geoordeeld dat de bewaring onterecht was, betekent dat niet dat de staatssecretaris niet bevoegd was om de vreemdeling over te dragen. Gezien deze overwegingen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter besloot tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 10 januari 2020 door mr. J.Th. Drop, in aanwezigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om overdracht van de vreemdeling te voorkomen wordt afgewezen.