ECLI:NL:RVS:2020:536
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake uitzettingsaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van een vreemdeling afgewezen om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na bezwaar wees de staatssecretaris het bezwaar af. De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekte tot een verplichting om de uitzetting achterwege te laten, waardoor uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen zou hebben.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, omdat de uitvoering van de uitspraak geen onevenredige inspanning vergt en de belangen van de vreemdeling zwaarder wegen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.