ECLI:NL:RVS:2020:548
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake uitzettingsbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 16 oktober 2018 een aanvraag van een vreemdeling afgewezen om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd en werd de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling in dit stadium zwaarder wegen. Daarom werd bepaald dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 21 februari 2020 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter Bijloos.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.