ECLI:NL:RVS:2020:559
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toewijzing volledige proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 november 2016 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling en referent maakten bezwaar, dat op 4 mei 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.024,00, maar vergoedde niet het griffierecht van €168,00.
De vreemdeling en referent stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte slechts één zitting had meegeteld bij de proceskosten terwijl er twee zittingen waren geweest. Ook had de rechtbank het griffierecht niet vergoed, terwijl het beroep gegrond was verklaard.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat de proceskostenvergoeding beperkte tot €1.024,00 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van €1.837,50 aan proceskosten, gebaseerd op drie maal de puntwaarde van €525,00 en een wegingsfactor van 0,5. Tevens werd het griffierecht van €427,00 vergoed. De zaak werd als licht aangemerkt omdat het hoger beroep alleen over proceskosten ging.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €1.837,50 aan proceskosten en griffierecht.