ECLI:NL:RVS:2020:568
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris heeft op 6 augustus 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 20 maart 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. In hoger beroep overhandigde hij een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek van 7 april 2019. Dit rapport dateert van na de uitspraak van de rechtbank en kon daarom niet worden betrokken bij de beoordeling van het hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en verklaart het hoger beroep ongegrond.