ECLI:NL:RVS:2020:572
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 19 februari 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 maart 2016 het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaarde en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van november 2019.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 25 februari 2020 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.