ECLI:NL:RVS:2020:633
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 9 december 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag tegen de voortzetting van deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring niet ontvankelijk is, omdat de wet (artikel 84 Vreemdelingenwet Pro 2000) hoger beroep tegen dit besluit uitsluit.
De Afdeling oordeelde verder dat het verbod op hoger beroep alleen kan worden doorbroken indien er sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet aan de orde was. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring.