ECLI:NL:RVS:2020:678
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.J. Schueler
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning minicamping en theetuin te Beusichem na vernietiging eerdere besluiten
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Buren aan een vergunninghouder voor het realiseren van een minicamping en een theetuin op een perceel te Beusichem. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werden de besluiten van 23 januari 2018 en 21 augustus 2018 door de rechtbank vernietigd vanwege onder meer onvoldoende motivering over parkeren, geluidsoverschrijding, lichthinder, privacy en landschappelijke inpassing.
Appellant, wonend op het naastgelegen perceel, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en wenste een verdergaande vernietiging. De vergunninghouder stelde incidenteel hoger beroep in tegen enkele oordelen van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde dat het college terecht had vastgesteld dat sprake was van een nevenactiviteit, dat het aantal parkeerplaatsen na correctie voldeed aan de normen, en dat de geluidsoverlast en lichthinder niet zodanig waren dat de vergunning onredelijk was.
Verder werden bezwaren over de positie en hoogte van haagbeuken ter bescherming van privacy deels verworpen wegens niet tijdig ingebracht. Het incidenteel hoger beroep van de vergunninghouder werd eveneens ongegrond verklaard. Het hoger beroep van appellant tegen het besluit van 6 maart 2019 werd afgewezen. De Raad van State bevestigde daarmee de eerdere vernietiging van de besluiten van 2018 en handhaafde de omgevingsvergunning van 6 maart 2019 voor een minicamping met maximaal 25 tenten en een theetuin.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van eerdere besluiten en verklaart het hoger beroep en incidenteel hoger beroep ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning van 6 maart 2019 in stand blijft.