ECLI:NL:RVS:2020:7
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 8 november 2019 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 18 december 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak op 3 januari 2020 het hoger beroep behandeld en besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, en de staatssecretaris is niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat het bestuursrechtelijk traject met betrekking tot de niet in behandeling genomen asielaanvraag correct is doorlopen en dat de vreemdeling geen voorlopige bescherming krijgt tijdens de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.