ECLI:NL:RVS:2020:726
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking subsidie wegens onjuiste informatie en niet-naleving verplichtingen
De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking trok op 11 oktober 2017 een subsidie van € 570.000,- in die was verleend voor een project in Burundi gericht op milieuvriendelijke productie van holle stalen profielen. De intrekking was gebaseerd op het verstrekken van onjuiste en onvolledige informatie door de aanvrager, onvoldoende medewerking aan marktconformiteitsonderzoek door SGS, en een gefalsificeerde betaalinstructie.
De rechtbank verklaarde het beroep van de aanvrager ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de minister terecht de subsidie had ingetrokken en vastgesteld op nihil. De aanvrager stelde in hoger beroep dat de activiteiten wel hadden plaatsgevonden, dat SGS niet ter plaatse was geweest en dat een nationaal expertiserapport ten onrechte was genegeerd. Ook betoogde zij dat het besluit disproportioneel was en het voortbestaan van de onderneming bedreigde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht meer waarde hechtte aan de marktconformiteitscertificaten van SGS dan aan de facturen van de aanvrager, dat het expertiserapport van de nationale autoriteit BBN geen rol speelt bij de marktwaardebepaling, en dat de aanvrager onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek. De gefalsificeerde betaalinstructie versterkte het vermoeden van onjuiste informatie. Het belang van correcte besteding van subsidiegelden woog zwaarder dan de belangen van de aanvrager. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie bevestigd.