ECLI:NL:RVS:2020:761
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake uitzettingsbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 28 februari 2018 een aanvraag van een vreemdeling afgewezen om te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij in afwachting van het hoger beroep geen uitvoering hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de staatssecretaris moet bepalen dat de uitzetting achterwege blijft, waardoor uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.