ECLI:NL:RVS:2020:782
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang bij verkeerd aangeboden afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 november 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een doos die naast een papierbak was geplaatst in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Het college heeft de kosten van deze bestuursdwang, €126,00, deels aan appellant toegerekend. Appellant maakte bezwaar tegen dit kostenverhaal, stellende dat het onredelijk is omdat de gemeente onvoldoende capaciteit biedt voor afvalinzameling en de containers vaak vol zijn.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond waarna appellant beroep instelde bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 4 maart 2020 werd het geschil behandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtmatigheid van het kostenverhaal centraal staat, niet de capaciteit van de afvalcontainers. Omdat appellant erkende de overtreder te zijn door het afval verkeerd aan te bieden, behoren de kosten in principe voor zijn rekening te komen.
De omstandigheden dat containers vaak vol zijn en dat het college niet alle overtreders kan traceren, maken het niet onredelijk om de kosten aan appellant te verhalen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.