ECLI:NL:RVS:2020:8
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling behoudt recht op opvang na niet-ontvankelijkverklaring asielverzoek
De vreemdeling werd op 16 maart 2018 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) meegedeeld dat hij de centrale opvanglocatie moest verlaten, nadat zijn asielverzoek op 15 maart 2018 niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om van het beroep tegen deze mededeling kennis te nemen, omdat zij oordeelde dat de mededeling geen besluit met rechtsgevolgen was.
De vreemdeling stelde dat zijn recht op opvang niet eindigde met de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielverzoek, verwijzend naar relevante regelgeving waaronder de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 en het Vreemdelingenbesluit 2000. De Raad van State bevestigde dat de vreemdeling rechtmatig verblijf had gedurende de beroepstermijn tegen de niet-ontvankelijkverklaring en dat de mededeling van het COa wel rechtsgevolgen heeft.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling, waarbij het COa werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling; het COa wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.