ECLI:NL:RVS:2020:816
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- P.H.A. Knol
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bestemmingsplan Moerdijk inzake zelfstandige kantoorruimte
De raad van de gemeente Moerdijk stelde op 18 januari 2018 het bestemmingsplan "Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk" vast, dat onder meer het gebruik van zelfstandige kantoorruimte op het perceel aan de Middenweg 6 niet toestaat. Star en appellante sub 2, respectievelijk huurder en eigenaar van het bedrijfsgebouw, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden aan dat het gebruik als zelfstandige kantoorruimte door een bouwvergunning uit 1994 impliciet was toegestaan en dat het overgangsrecht bescherming bood voor het bestaande gebruik.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uit de bouwvergunning niet kan worden afgeleid dat impliciet vrijstelling is verleend voor het zelfstandige kantoorgebruik. Verder bleek uit huurovereenkomsten dat het gebruik na de peildatum van het overgangsrecht was uitgebreid, waardoor de bescherming van het overgangsrecht vervalt. Ten slotte achtte de Afdeling het ruimtelijk beleid van de raad, gericht op inwaartse zonering en clustering van kantooractiviteiten, redelijk en aanvaardbaar.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het overgangsrecht niet geldt bij uitbreiding van strijdig gebruik na de peildatum en dat ruimtelijke belangen zwaar wegen bij bestemmingsplannen.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan zijn ongegrond verklaard en het gebruik van het bedrijfsgebouw als zelfstandige kantoorruimte is niet toegestaan.