ECLI:NL:RVS:2020:823
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling, omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. Het geschil betrof de vraag of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat België zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen, waarmee het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou worden doorbroken. De vreemdeling had echter geen bewijs overgelegd, zoals de uitspraak van de Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen over een weigering van internationale bescherming in België.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris had verplicht nader onderzoek te doen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De niet-in-behandeling-neming van de asielaanvraag door de staatssecretaris is rechtmatig verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.