ECLI:NL:RVS:2020:835
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake weigering verstrekking strafvorderlijke gegevens aan politiebrigadier
De zaak betreft het hoger beroep van een politiebrigadier tegen de afwijzing van haar verzoek om verstrekking van strafvorderlijke gegevens uit een strafrechtelijk onderzoeksdossier. Zij was in 2013 verdachte in een strafrechtelijk onderzoek dat later werd geseponeerd en kreeg in 2015 ontslag opgelegd door haar werkgever. Het verzoek tot verstrekking van gegevens werd door het college van procureurs-generaal afgewezen op grond van het ontbreken van een wettelijke grondslag.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het college van 23 februari 2018 vanwege een bevoegdheidsgebrek was genomen, maar dat dit gebrek was hersteld door een bekrachtigingsbesluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond omdat het college geen andere grondslag had dan artikel 39i van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg), waarop het verzoek niet was gebaseerd.
In hoger beroep stelde de Afdeling vast dat het verzoek niet gebaseerd was op artikel 39i Wjsg en dat het college daarom niet gehouden was het verzoek in te willigen. Verder verwierp de Afdeling bezwaren over de openbare uitspraak, procesorde, vertegenwoordiging en het niet opvragen van aanvullende stukken. Ook werd het beroep op het EVRM en het EU-Handvest afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.