ECLI:NL:RVS:2020:866
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsverbod camping Fort Oranje wegens ernstige vrees openbare ordeverstoring
De voorzitter van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant legde op 23 juni 2017 aan appellanten een gebiedsverbod op voor het terrein van camping Fort Oranje vanwege ernstige vrees voor een verstoring van de openbare orde. Dit volgde op de aangekondigde sluiting van de camping en het dreigende scenario dat bewoners dakloos zouden raken.
Appellanten voerden aan dat hun gedragingen geen aanleiding gaven tot een dergelijke vrees en dat het gebiedsverbod misbruik van bevoegdheden betrof, gericht op ontmanteling van de camping. De rechtbank oordeelde echter dat de voorzitter bevoegd was het verbod op te leggen en dat de vrees voor ordeverstoring terecht was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. Zij stelt dat de gedragingen van appellanten, waaronder het aanzetten van bewoners tot protest en het belemmeren van politie, een verstoring van de openbare orde vormden. Het gebiedsverbod was noodzakelijk en proportioneel, gezien het ontbreken van alternatieve maatregelen en het feit dat appellanten niet op het terrein woonden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het gebiedsverbod bevestigd.