ECLI:NL:RVS:2020:890
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake niet-behandeling asielaanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 29 januari 2020 besloten om aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze besluiten op 20 maart 2020 gegrond, vernietigde de besluiten en beval de staatssecretaris om de aanvragen inhoudelijk te behandelen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij de uitspraak van de rechtbank moet uitvoeren voordat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en gaf daarom de voorlopige voorziening. Dit betekent dat de staatssecretaris geen nieuwe besluiten hoeft te nemen op de asielaanvragen totdat het hoger beroep is afgerond. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.