ECLI:NL:RVS:2020:891
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing intrekking Nederlanderschap wegens risico uitzetting
Bij besluit van 22 januari 2014 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van verzoeker ingetrokken. Verzoeker stelde dat hij door deze intrekking op non-actief werd gesteld door zijn werkgever en dat hij zonder Nederlanderschap het risico liep te worden uitgezet naar Rwanda, waar een strafrechtelijk onderzoek tegen hem loopt.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit van 21 september 2017, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de intrekking. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de schorsing van de intrekking te bewerkstelligen.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat de intrekking van het Nederlanderschap voorlopig geschorst wordt totdat op het hoger beroep is beslist. Dit om verzoeker in staat te stellen zijn werk als verpleger voort te zetten en hem te beschermen tegen uitzetting. Het verzoek om verlenging van de schorsing na de uitspraak werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.