ECLI:NL:RVS:2020:921
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling locatie ondergrondse afvalcontainer aan Steijnstraat in Arnhem
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem stelde op 19 februari 2018 een aanwijzingsbesluit vast voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers, waaronder een container aan de Steijnstraat nabij de woning van appellant. Appellant was het niet eens met deze locatie en maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op zitting behandeld en beoordeelde of het college de locatie in redelijkheid had kunnen aanwijzen. Het college heeft beleidsruimte bij de locatiekeuze, waarbij eerst wordt getoetst of de locatie geschikt is en vervolgens of er een zodanig geschikter alternatief bestaat dat het college niet redelijkerwijs voor de aangewezen locatie had kunnen kiezen.
Appellant voerde aan dat de container te dicht bij zijn woning stond, in strijd met criteria, en dat hij hinder ondervond van geluid en trillingen bij het legen. De Afdeling oordeelde dat de container op 3 meter afstand van de gevel staat, niet direct onder een raam, en dat de overlast beperkt en niet onevenredig is. Ook wees de Afdeling het alternatieve voorstel van appellant af vanwege een grote boom en het legen over geparkeerde auto's.
De conclusie is dat het college in redelijkheid de locatie aan de Steijnstraat heeft kunnen aanwijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanwijzingsbesluit voor de locatie van de ondergrondse afvalcontainer aan de Steijnstraat wordt ongegrond verklaard.