ECLI:NL:RVS:2020:925
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.C.P. Venema
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over belanghebbendheid en bevestiging invordering dwangsom campingbewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst legde bij besluit van 29 juni 2016 een last onder dwangsom op aan appellant B om de bewoning van percelen op een camping te staken. Na constatering van overtreding werd een dwangsom van €5.000,- ingevorderd. Appellanten, waaronder appellant B, C en A, voerden bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant A en C niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid en wees het beroep van appellant B ongegrond. De Raad van State oordeelt echter dat appellant A en C wel belanghebbenden zijn omdat zij als vennoten en exploitanten van de camping rechtstreeks en persoonlijk worden geraakt door de besluiten. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze op hun beroepen is gebaseerd.
De Raad bevestigt dat appellant B de last onder dwangsom heeft overtreden doordat huurders hun hoofdverblijf op de camping hadden, ook al was het verblijf tijdelijk en stonden zij elders ingeschreven. De invordering van de dwangsom is daarom terecht. Verder faalt het betoog dat appellant B voldoende maatregelen heeft genomen om overtredingen te voorkomen.
De Raad verklaart het hoger beroep van appellant A en C gegrond en dat van appellant B ongegrond. De beroepen van appellant A en C tegen het invorderingsbesluit worden alsnog ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten A en C.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant A en C wordt gegrond verklaard, dat van appellant B ongegrond, en de rechtbankuitspraak wordt deels vernietigd en deels bevestigd.