ECLI:NL:RVS:2020:941
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding bij niet-ontvankelijk bezwaar huurtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag van appellante lager vast en verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk vanwege te late indiening. Desondanks herzag de Belastingdienst het besluit en verhoogde de toeslag opnieuw. Appellante vorderde vergoeding van proceskosten die zij in de bezwaarfase had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen recht had op proceskostenvergoeding omdat een herzieningsverzoek geen rechtsmiddel is en de bezwaarprocedure niet ontvankelijk was. Appellante stelde in hoger beroep dat de ontvankelijkheid van het bezwaar niet bepalend is voor het recht op proceskostenvergoeding en dat de Belastingdienst het verzoek had moeten beoordelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 7:15 Awb Pro alleen kosten vergoed worden indien een ontvankelijk bezwaar leidt tot herroeping van het besluit wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was, is er geen sprake van herroeping in de zin van de Awb en dus ook geen recht op proceskostenvergoeding.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.