ECLI:NL:RVS:2020:970
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onvoldoende motivering agrarisch bedrijf en bedrijfswoning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van Stichting Ons Schellingerland tegen het bestemmingsplan van de raad van de gemeente Terschelling gegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het betrokken bedrijf kan worden aangemerkt als een volwaardig agrarisch bedrijf. Tevens was de onderbouwing voor de noodzaak van een bedrijfswoning voor de bedrijfsvoering van de zelfpluktuin onvoldoende.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 26 juni 2018 voor zover het een bedrijfsgebouw en bedrijfswoning toestaat op de betreffende locaties. De raad werd opgedragen binnen 16 weken een nieuw besluit te nemen waarin de gebreken worden hersteld, hetzij door een betere motivering, hetzij door een gewijzigd plan. De raad hoefde daarbij afdeling 3.4 van de Awb niet opnieuw toe te passen.
Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Stichting Ons Schellingerland, inclusief het griffierecht. De uitspraak volgt op een eerdere tussenuitspraak van oktober 2019 waarin de gebreken al waren vastgesteld en een hersteltermijn was gesteld die inmiddels was verstreken zonder dat de raad aan zijn verplichtingen had voldaan.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor de onderdelen bedrijfsgebouw en bedrijfswoning vanwege onvoldoende motivering, met opdracht tot nieuw besluit binnen 16 weken.