ECLI:NL:RVS:2021:1013
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Minderhoud
- G.T.J.M. Jurgens
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan met bestemming 'Maatschappelijk' zonder burgerwoning
De appellant woont sinds circa 1998 in het voorste deel van een voormalige boerderij die volgens het bestemmingsplan de bestemming 'Maatschappelijk' heeft, waarbij alleen een bedrijfswoning is toegestaan. Hij gebruikt het pand als burgerwoning en stelt dat een bouwvergunning uit 2009 dit gebruik implicit vergunde en dat het plan dit had moeten respecteren.
De Raad van State oordeelt dat uit de bouwvergunning niet blijkt dat het gebruik als burgerwoning is toegestaan, aangezien de aanvraag geen vergunning voor woningen of wooneenheden bevatte en de werkzaamheden slechts bestonden uit isolatie en metselwerk. De raad heeft terecht geoordeeld dat geen sprake is van bestaande rechten op een burgerwoning.
Voorts weegt de Raad mee dat het beleid van de gemeente geen toevoeging van burgerwoningen in het buitengebied toestaat, behalve onder voorwaarden bij sloop van agrarische bebouwing, wat hier niet aan de orde is. Het feit dat de appellant een apart huisnummer en WOZ-belasting heeft, leidt niet tot een andere beoordeling.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en hoeft de raad geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en het gebruik als burgerwoning is niet toegestaan.