ECLI:NL:RVS:2021:1032
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 augustus 2020 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 mei 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat gezien de belangen van de vreemdeling aanleiding bestaat om deze te treffen. De voorlopige voorziening houdt in dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 12 mei 2021 in aanwezigheid van griffier J. Verbeek. Hiermee wordt de positie van de vreemdeling tijdens de procedure versterkt door het voorkomen van overdracht in afwachting van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.