ECLI:NL:RVS:2021:1069
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning tijdelijke bewoning bedrijventerrein Leiden
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden weigerde aanvankelijk omgevingsvergunningen voor tijdelijke bewoning van bedrijfsruimten op het bedrijventerrein Roosevelt en Trekvliet. Na bezwaar nam het college alsnog besluiten tot verlening van deze vergunningen. [Appellant A] en [appellante B], eigenaren van nabijgelegen gronden, voerden bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten, stellende dat de vergunningen de bedrijfsvoering en verhuurbaarheid van hun gronden zouden schaden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de verleende omgevingsvergunningen als besluiten op bezwaar moeten worden aangemerkt en dat [appellant A] en [appellante B] belanghebbenden zijn bij deze besluiten. Het beroep tegen de vergunningen werd inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. De Raad stelde vast dat de vergunningen geen transformatie van het bedrijventerrein mogelijk maken zoals bedoeld in de provinciale verordening, en dat het college de vergunningen terecht heeft verleend met toepassing van artikel 4, onderdeel 9, van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
De Raad ging in op het gemeentelijke beleid en concludeerde dat de Nota van Uitgangspunten Pilot transformatie Roosevelt het geldende beleid vormt, waarbij woningbouw mogelijk is onder voorwaarden die door het college zijn onderbouwd met akoestisch onderzoek en een advies van de Omgevingsdienst. De bezwaren over geluidbelasting, geurhinder en verkeersonveiligheid werden verworpen. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college inmiddels de vergunningen had verleend. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van [appellant A] en [appellante B].
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de omgevingsvergunningen is ongegrond verklaard.