ECLI:NL:RVS:2021:1078
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 25 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en ambtshalve geweigerd hem uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 18 november 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep overwoog de Afdeling dat de ingebrachte medische en psychologische stukken dateren van na de uitspraak van de rechtbank en daarom niet in het hoger beroep kunnen worden betrokken. De Afdeling bevestigde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden en wees het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning en weigering van uitstel van vertrek wordt bevestigd.