ECLI:NL:RVS:2021:1082
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring vreemdeling
De vreemdeling, strafrechtelijk gedetineerd in België, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van 9 oktober 2019 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd introk en hem ongewenst verklaarde. Hij stelde dat toewijzing van het verzoek hem in aanmerking zou brengen voor vervroegde invrijheidstelling in België.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank, die het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, in stand zal blijven of dat de staatssecretaris de vergunning niet had mogen intrekken. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 april 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring is afgewezen.