ECLI:NL:RVS:2021:1111
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete na arbeidsongeval door onvoldoende valbeveiliging op bouwterrein
Op 17 augustus 2015 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer die door de appellant was ingeleend, viel door een gat in de vloer van circa 5,34 meter hoogte en letsel opliep. De minister van Sociale Zaken legde een bestuurlijke boete van €10.800 op wegens het niet naleven van artikel 3.16, eerste lid, van het Arbobesluit.
De appellant voerde aan dat zij aan alle verplichtingen had voldaan, dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat het slachtoffer onoplettend had gehandeld door veiligheidsvoorzieningen te negeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de appellant onvoldoende maatregelen had getroffen om het valgevaar adequaat tegen te gaan.
Hoewel de appellant voorzieningen had getroffen, zoals een houten plaat over het gat, was deze niet voldoende veilig afgeschermd en was er geen afzetting aanwezig. De Afdeling achtte de boete terecht, maar matigde deze met 25% vanwege de eigen schuld van het slachtoffer die de plaat op tilde ondanks de risico’s.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard, het boetebesluit herroepen en de boete vastgesteld op €8.100. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan de appellant toegekend.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.800 wordt gematigd tot €8.100 wegens gedeeltelijke schuld van het slachtoffer.