ECLI:NL:RVS:2021:1153
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake registratie vertrokken naar onbekend adres en bestuurlijke boete
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam registreerde een persoon in de basisregistratie personen (brp) als 'vertrokken naar onbekend adres' en legde hem een bestuurlijke boete op wegens het niet doorgeven van een adreswijziging. De woning waar de persoon stond ingeschreven was ontruimd en nieuwe bewoners hadden zich op dat adres ingeschreven. Het college stuurde meerdere brieven aan de persoon om zijn feitelijke woonadres door te geven, waarop geen reactie kwam.
Het college nam op 8 november 2017 een besluit tot registratie als vertrokken naar onbekend adres en boeteoplegging, maar beschikte niet over een afschrift van dit besluit. De persoon maakte bezwaar tegen de boete, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 8 november 2017 onvoldoende vaststond en dat het besluit van 21 januari 2019 als eerste besluit moest worden gezien, waardoor het bezwaar eerst inhoudelijk behandeld moest worden.
Het college stelde een voorlopige voorziening te willen treffen om de einduitspraak te schorsen, omdat anders de persoon weer op het oude adres zou worden ingeschreven terwijl hij daar niet woonde. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college geen belang had bij schorsing omdat het bezwaar alsnog inhoudelijk behandeld moet worden en het besluit niet vervallen is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college moet het bezwaar alsnog inhoudelijk behandelen.