ECLI:NL:RVS:2021:1176
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang wegens exploitatie horecabedrijf zonder vergunning na Bibob-onderzoek
BKBD Horeca B.V. heeft in juni 2018 een drank- en horecavergunning aangevraagd voor het horecabedrijf Café Bruut in Zwolle. Tijdens de behandeling van de vergunningaanvraag werd het gebruikelijk geacht dat het bedrijf open kon zijn, mits er geen problemen waren geweest en de aanvraag volledig was. Op 10 oktober 2018 werd een handgranaat aangetroffen bij het café, waarna het bedrijf tijdelijk werd gesloten.
De burgemeester stelde vervolgens twijfel over de rechtmatigheid van de verkoop en financiële stromen vast en vroeg een Bibob-onderzoek aan. Tijdens dit onderzoek werd het niet langer gedoogd dat het horecabedrijf zonder vergunning open was. BKBD bleef het bedrijf echter open houden op 19 en 20 oktober 2018, waarna de burgemeester op 20 oktober 2018 een last onder bestuursdwang oplegde om de exploitatie te staken.
BKBD maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat het RIEC-advies niet mocht worden gebruikt en dat de burgemeester misbruik van bevoegdheid maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat het gedogen verviel door het Bibob-onderzoek en dat de burgemeester terecht handhavend optrad. Ook het beroep op de Dienstenrichtlijn faalt omdat het hier gaat om handhaving van een vergunningplicht, niet om de vergunningaanvraag zelf.
De Afdeling benadrukt dat het niet is vastgesteld dat op 19 en 20 oktober alcohol werd verkocht, maar dat het café wel de uitstraling had van een horecagelegenheid in bedrijf, wat voldoende is voor overtreding van de Drank- en Horecawet. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van BKBD wordt ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang wordt bevestigd.