ECLI:NL:RVS:2021:1220
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens deelname aan terroristische organisatie en bedreiging nationale veiligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 september 2019 het Nederlanderschap van appellant ingetrokken op grond van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat appellant zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. Appellant, geboren in 1991 en van Turkse nationaliteit, verkreeg het Nederlanderschap als minderjarig kind via zijn ouders in 1996. In 2015 is hij uitgeschreven uit de basisregistratie personen vanwege vertrek uit Nederland.
De staatssecretaris baseerde zich op een individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), waaruit blijkt dat appellant sinds 2015 in Syrië verblijft en zich heeft aangesloten bij de terroristische organisatie Jabhat al Nusra, later opgegaan in Hay'at Tahrir al-Sham (HTS). Hij heeft daar als strijder gediend en gewapende beveiligingstaken uitgevoerd, evenals handel in springstoffen. Appellant maakt deel uit van een structuur van jihadistische groeperingen die zich laten inhuren voor gewapende strijd.
Appellant voerde onder meer aan dat de intrekking discriminatoir zou zijn vanwege onderscheid tussen monopatriden en bipatriden en tussen Nederlanders met Westerse en niet-Westerse achtergrond. Dit betoog faalde, mede omdat het voorkomen van staatloosheid een rechtvaardiging vormt voor het onderscheid. Daarnaast speelde de vraag of toestemming was verleend om kennis te nemen van de onderliggende stukken van het ambtsbericht. De advocaat van appellant weigerde deze toestemming, waardoor de Afdeling geen kennis kon nemen van deze informatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 augustus 2020. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap van appellant wegens deelname aan een terroristische organisatie en bedreiging van de nationale veiligheid wordt bevestigd.