ECLI:NL:RVS:2021:1254
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Toestemming werkzaamheden beveiligingsorganisatie onthouden wegens omgang met personen met antecedenten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin hem toestemming tot het verrichten van werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie werd onthouden. De weigering was onder meer gebaseerd op het argument dat appellant nog omgaat met personen met een strafrechtelijk antecedent.
De korpschef overlegt een politieregistratie die dit standpunt ondersteunt en verzoekt op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van deze registratie vanwege gewichtige redenen. De Afdeling beoordeelt deze weigering tot kennisneming en weegt het belang van appellant om de informatie te kennen af tegen het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het belang van opsporing en vervolging.
De Afdeling acht aannemelijk dat kennisneming door appellant de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en het opsporingsbelang onevenredig schaadt. Tevens is het niet mogelijk de politieregistratie zodanig te bewerken dat deze niet herleidbaar is tot identificeerbare personen. Daarom wordt het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen en mag alleen de Afdeling kennisnemen van de politieregistratie.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van de politieregistratie wordt toegewezen; alleen de Afdeling mag kennisnemen van deze registratie.