ECLI:NL:RVS:2021:1254

Raad van State

Datum uitspraak
16 juni 2021
Publicatiedatum
16 juni 2021
Zaaknummer
202005181/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming werkzaamheden beveiligingsorganisatie onthouden wegens omgang met personen met antecedenten

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin hem toestemming tot het verrichten van werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie werd onthouden. De weigering was onder meer gebaseerd op het argument dat appellant nog omgaat met personen met een strafrechtelijk antecedent.

De korpschef overlegt een politieregistratie die dit standpunt ondersteunt en verzoekt op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van deze registratie vanwege gewichtige redenen. De Afdeling beoordeelt deze weigering tot kennisneming en weegt het belang van appellant om de informatie te kennen af tegen het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het belang van opsporing en vervolging.

De Afdeling acht aannemelijk dat kennisneming door appellant de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en het opsporingsbelang onevenredig schaadt. Tevens is het niet mogelijk de politieregistratie zodanig te bewerken dat deze niet herleidbaar is tot identificeerbare personen. Daarom wordt het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen en mag alleen de Afdeling kennisnemen van de politieregistratie.

Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van de politieregistratie wordt toegewezen; alleen de Afdeling mag kennisnemen van deze registratie.

Uitspraak

202005181/2/A3.
Datum beslissing: 16 juni 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2020 in zaak nr. 19/1724 in het geding tussen:
[appellant]
en
de korpschef van politie.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2020 in zaak nr. 19/1724. Deze zaak gaat over het aan [appellant] onthouden van toestemming tot het verrichten van werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie.
De korpschef heeft een politieregistratie overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gemotiveerd medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Overwegingen
1.       De weigering om toestemming te verlenen tot het verrichten van werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie is onder meer gemotiveerd met het argument dat [appellant] nog omgaat met personen met een antecedent. De korpschef heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de politieregistratie kennis zal nemen. Het gaat om een politieregistratie en een toelichting daarop. Dit document dient ter weerlegging van het standpunt van [appellant] dat hij niet langer omgaat met personen met een antecedent. Uit de politieregistratie volgt volgens de korpschef nog van omgang met een persoon die in verband kan worden gebracht met strafbare feiten na de veroordeling in 2013.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       De korpschef heeft met het oog op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) en vanwege het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten ten aanzien van de politieregistratie een beroep gedaan op artikel 8:29 van Pro de Awb. De genoemde belangen wegen volgens de korpschef zwaarder dan het belang van [appellant] om hiervan kennis te nemen. De betreffende informatie is geregistreerd in het kader van een grootschalig (strafrechtelijk) onderzoek naar (een) derde(n).
3.1.    De Afdeling stelt voorop dat de politieregistratie een op de zaak betrekking hebbend stuk is. De Afdeling acht aannemelijk dat kennisneming van de politieregistratie zal leiden tot aantasting van het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) en het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten. Naar het oordeel van de Afdeling wegen deze belangen in dit geval zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis kan nemen van de politieregistratie. Daarbij acht de Afdeling van belang dat het niet mogelijk is om de politieregistratie zodanig te bewerken dat de informatie niet herleidbaar is tot een identificeerbare natuurlijke persoon.
4.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Ley-Nell
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2021