ECLI:NL:RVS:2021:1294
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico terugkeer Iran
De vreemdeling, Iraanse nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in die eerder waren afgewezen omdat zijn bekering tot het christendom niet geloofwaardig werd geacht. Bij zijn derde aanvraag stelde hij dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte waren van zijn bekering, wat zijn veiligheid in Iran zou bedreigen. De staatssecretaris wees deze aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateerde dat de staatssecretaris zijn standpunt baseerde op een passage uit een ambtsbericht die was gebaseerd op een vertrouwelijke bron, maar dat de staatssecretaris zelf geen inzage had in de onderliggende stukken. Hierdoor kon hij niet voldoen aan zijn vergewisplicht om de risico's bij terugkeer adequaat te beoordelen.
De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van kennisneming van deze stukken de besluitvorming onvoldoende motiveerde en vernietigde het besluit van 11 maart 2020. Tevens werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 11 maart 2020 tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het risico op schending van artikel 3 EVRM.