ECLI:NL:RVS:2021:1312
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woningbouw ondanks bezwaren over zonlicht en schaduw
Het college van burgemeester en wethouders van Heumen verleende op 9 september 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met een hoofdgebouw en een lagere aanbouw op een perceel in Malden. Appellanten, buren van het perceel, stelden dat de bouw hun woongenot aantast door minder zonlicht en meer schaduw.
Zij voerden aan dat de fietsenberging onderdeel van het hoofdgebouw is en dat het bouwplan niet voldoet aan de afstandsregels uit het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde echter dat de berging een aanbouw is en dat het bouwplan voldoet aan de planregels, inclusief de afstand tot de perceelsgrens.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college in redelijkheid tot het verlenen van de vergunning heeft kunnen besluiten. De schaduwwerking is vergelijkbaar met wat het bestemmingsplan maximaal toestaat, en het lagere perceel van appellanten leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de omgevingsvergunning bevestigd.