ECLI:NL:RVS:2021:1316
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen permanent wonen in recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas heeft bij besluit van 12 oktober 2017 aan appellanten gelast het niet-recreatieve gebruik van hun recreatiewoning te beëindigen, onder oplegging van een dwangsom. Appellanten betwistten dit, stellende dat zij de woning niet permanent bewonen en dat het bestemmingsplan onvoldoende duidelijkheid biedt over de definitie van permanente bewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat appellanten de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruiken, mede op basis van inschrijving in de Basisregistratie Personen op een ander adres zonder zelfstandige woonruimte, aangifte bij de Belastingdienst als hoofdverblijf, visuele controles en verklaringen van appellanten zelf.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het college bij de beoordeling van permanente bewoning terecht aansluiting heeft gezocht bij het beleid dat het hoofdverblijf bepaalt, waarbij niet onafgebroken bewoning vereist is. Appellanten zijn er niet in geslaagd het college te weerleggen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellanten de recreatiewoning permanent als hoofdverblijf gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.