ECLI:NL:RVS:2021:1328
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning uitkering schadefonds geweldsmisdrijven in letselcategorie 4
Appellant diende op 4 april 2019 een aanvraag in bij de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) voor een uitkering wegens mishandeling in een justitiële jeugdinrichting tussen 1973 en 1979, waarbij hij lichamelijk en psychisch letsel opliep. De CSG kende aanvankelijk een uitkering toe in letselcategorie 2, later verhoogd naar categorie 3 na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit en kende een uitkering toe in letselcategorie 4, omdat appellant zijn beroep niet meer kon uitoefenen door het letsel.
Appellant ging in hoger beroep en vorderde een uitkering in letselcategorie 6, stellende dat hij blijvend letsel en psychische klachten heeft. De Raad van State overwoog dat het fysieke letsel van appellant niet voldoet aan de criteria voor hogere letselcategorieën volgens de Letsellijst. Psychische klachten leiden niet tot een hogere categorie dan 4, tenzij sprake is van specifieke ernstige omstandigheden zoals zedenmisdrijven, wat hier niet het geval is.
De Raad van State bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De CSG hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 juni 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering uit het schadefonds blijft vastgesteld in letselcategorie 4.