Uitspraak
Datum uitspraak: 30 juni 2021
Raad van State
In deze zaak staat de toepassing van spoedeisende bestuursdwang door het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen centraal. Het college had op 30 november 2017 spoedeisende bestuursdwang opgelegd wegens een onveilige situatie aan een pand die niet voldeed aan de technische voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was om deze maatregel te nemen vanwege het reële gevaar van instorting van de oostgevel.
De onveilige situatie was vastgesteld aan de hand van een onderzoeksrapportage van Ingenieursbureau Ritsma en een advies van een constructeur, waarin ernstige scheurvorming en ondeugdelijke tijdelijke voorzieningen werden geconstateerd. Hoewel appellanten betoogden dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en dat het pand voldeed aan het rechtens verkregen niveau, oordeelde de Afdeling dat het college in redelijkheid tot het besluit kon komen op basis van de beschikbare gegevens.
Wel oordeelde de Afdeling dat het college het besluit op bezwaar niet zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd waarom het bevoegd was een last onder bestuursdwang op te leggen. Met name ontbrak een motivering over de praktische uitvoerbaarheid van toepassing van NEN 8700 als bepalingsmethode. Daarom werd het college opgedragen dit gebrek binnen zes weken te herstellen. De overige bezwaren van appellanten werden afgewezen.
Uitkomst: College bevoegd tot spoedeisende bestuursdwang, maar besluit op bezwaar moet worden hersteld wegens motiveringsgebrek.