ECLI:NL:RVS:2021:1399
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-tijdige indiening bij Participatiefonds
Stichting Penta, bevoegd gezag van basisscholen nabij Hoorn, verzocht het Participatiefonds om vergoeding van uitkeringskosten na beëindiging van een dienstverband. Het Participatiefonds wees dit verzoek bij besluit van 30 januari 2019 af. De stichting diende een bezwaarschrift in, dat echter niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ontvangen. Het Participatiefonds verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.
De stichting betoogde dat het bezwaarschrift op 11 februari 2019 samen met drie andere bezwaarschriften was verzonden en dat zij pas later ontdekte dat het bezwaarschrift niet was aangekomen. Zij voerde ook het vertrouwensbeginsel aan, omdat een medewerker van het Participatiefonds haar telefonisch geruststelde.
De Raad van State oordeelde dat de stichting onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden. De verklaring van de medewerker was niet ondersteund door objectieve gegevens en het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan dat het bezwaar alsnog inhoudelijk zou worden behandeld. Daarom was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en was het besluit tot niet-ontvankelijkheid terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.