ECLI:NL:RVS:2021:1412
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inpassingsplan Punthuizen-Stroothuizen-Beuninger Achterveld wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en onduidelijkheden gebruiksbeperkingen
Provinciale staten van Overijssel stelden op 10 juli 2019 het inpassingsplan 'Punthuizen, Stroothuizen en Beuninger Achterveld' vast, gericht op het behalen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Dinkelland. Diverse agrariërs en een modelvliegclub stelden beroep in tegen dit plan vanwege gebruiksbeperkingen op hun agrarische percelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de rechtmatigheid van het plan en concludeerde dat het algemene belang van natuurbehoud zwaarwegend is. Echter, de Afdeling stelde vast dat provinciale staten onvoldoende onderzoek hadden verricht naar de specifieke gevolgen van de maatregelen voor individuele agrariërs, zoals effecten op bedrijfsgebouwen, bedrijfsvoering en de noodzaak van vervangende gronden.
Daarnaast werden onduidelijkheden in de planregels geconstateerd, onder meer over de bestemming 'Agrarisch - 3' en de mogelijkheid van extra maatregelen zonder voldoende rechtszekerheid. Ook was de overgangstermijn voor gebruiksbeperkingen te kort en was het plan niet zorgvuldig voorbereid ten aanzien van een kuilvoeropslag.
De Afdeling oordeelde dat provinciale staten het plan onvoldoende zorgvuldig hadden voorbereid en dat de planregels op bepaalde punten in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel en de zorgvuldigheidsnorm. Daarom werden delen van het besluit vernietigd, met name voor de gronden van de appellanten. Het oordeel onderstreept het belang van een zorgvuldige belangenafweging en voldoende onderzoek bij het vaststellen van plannen die ingrijpende gevolgen hebben voor agrarische bedrijven.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan is vernietigd voor zover het de gronden van appellanten betreft vanwege onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en onduidelijkheden in de planregels.