ECLI:NL:RVS:2021:1491
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring na opzegging gebruiksovereenkomst wegens sloop woning
Appellant huurde sinds 2014 een appartement in Capelle aan den IJssel op grond van de Leegstandswet. Na het verlopen van de vergunning in 2018 verbleef hij op basis van een gebruiksovereenkomst, die in 2019 werd opgezegd wegens sloop van de woning. Appellant weigerde vrijwillig te vertrekken en werd bij vonnis veroordeeld tot ontruiming.
Appellant vroeg in juli 2020 een urgentieverklaring aan, die door het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel in augustus 2020 werd afgewezen. Het college motiveerde dat appellant niet voldeed aan urgentiegronden en dat er geen reden was de hardheidsclausule toe te passen. Het college verwees naar het belang van minderjarige kinderen in andere gevallen waarin wel urgentie werd verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Raad van State dat geen sprake was van een schrijnende situatie of onvoorziene omstandigheden. Het college handhaafde terecht het beleid en de toepassing van de hardheidsclausule werd niet verplicht geacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.