Uitspraak
Datum uitspraak: 14 juli 2021
Raad van State
De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) verleende op 10 juli 2019 een vergunning aan een vergunninghoudster voor het ontmantelen en onderhouden van mijnbouwinstallaties met materialen die van nature radioactief zijn (NORM) op een locatie in Vlaardingen. Diverse bedrijven uit de omgeving, appellanten genoemd, stelden beroep in tegen deze vergunning uit vrees voor milieuschade en stralingsrisico's.
De Raad van State oordeelde dat appellanten ontvankelijk zijn omdat zij hun beroepschrift te laat indienden, maar dit niet te verwijten valt aangezien de ANVS het besluit niet tijdig aan hen had toegezonden. Vervolgens verwierp de Raad het bezwaar over onduidelijkheid van het aantal toegestane installaties, omdat het besluit duidelijk maximaal zeven installaties per locatie toestaat.
De appellanten voerden aan dat de berekening van de maximale stralingsdosis onjuist was omdat geen rekening was gehouden met toekomstige woningbouwplannen. De Raad stelde vast dat de ANVS terecht de correctiefactor voor belendende industrie toepaste, omdat feitelijk alleen bedrijven in de omgeving gevestigd zijn en het bestemmingsplan geen bewoning toestaat.
Ten slotte oordeelde de Raad dat de ANVS terecht geen milieueffectrapport hoefde op te stellen, omdat alle relevante criteria, waaronder cumulatie met andere activiteiten, voldoende waren beoordeeld in het besluit van 20 maart 2019. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de ANVS hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.