ECLI:NL:RVS:2021:151
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR niet-rijgeschiktheid wegens autismespectrumstoornis en cognitieve stoornissen
Appellant, 80 jaar oud, vroeg verlenging van zijn rijbewijs voor categorieën B, BE en T. Na een gezondheidsverklaring en medisch onderzoek door psychiater H.J.T.M. Corthals werd vastgesteld dat appellant een autismespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking heeft, met cognitieve en gedragsstoornissen die langzaam progressief zijn. Tevens waren er toenemende incidenten in het verkeer.
Het CBR nam het advies van de psychiater over en verklaarde appellant niet rijgeschikt. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard door het CBR en later door de rechtbank Oost-Brabant. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door het besluit zijn beroep als glazenwasser, dat hij al 60 jaar uitoefent, niet meer kan uitvoeren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het oordeel van de psychiater niet ter discussie stond omdat appellant geen inhoudelijk medisch bewijs had aangeleverd om het te betwisten. De rechtbank had het juiste besluit genomen. Het feit dat appellant nadeel ondervindt in zijn beroep is onvoldoende om het besluit te vernietigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van het CBR dat appellant niet rijgeschikt is, is bevestigd.